Op 8 augustus nam Johan De Bliek afscheid van het leven. De Nederlandse advocaat op rust, die in Antwerpen zijn thuis vond, leed aan Lewy body-dementie, een agressieve vorm van alzheimer. Hij koos voor euthanasie, maar niet zonder eerst nog iets blijvends achter te laten: een legaat van een zéér considerabel bedrag, een Yamaha C3 vleugelpiano én een kunstwerk van Alexander Ross, allemaal voor Ma’GO!, de Muzische Academie van het GO! inAntwerpen.
We spraken eind juli met hem over kunst, muziek, nalatenschap en het belang van leren luisteren.
Muziek voor de eeuwigheid
“Ik ben in contact gekomen met Ma’GO! via Marc Theuns,” steekt Johan De Bliek van wal. “Marc is niet alleen al 40 jaar pianodocent aan de muziekacademie, maar ook een oude vriend van me die onder meer op mijn trouwfeest piano speelde. Een jaar geleden bood hij me aan om me nog een aantal prachtige muziekstukken te laten horen, aangezien hij had vernomen dat ik toen net in een euthanasietraject was gestapt. Die laatste keren muziek met Marc…dat zette iets in gang.”
Wat volgde, was een diep gevoelde beslissing: “Ik ben het voorbije jaar veel bezig geweest met een bestemming te vinden voor mijn vele kunstwerken. Musea accepteren helaas bijna niets uit privécollecties, en toen dacht ik aan Marc en Ma’GO! Ik voelde dat ik hen mijn Yamaha vleugelpiano wilde schenken. Het is nog steeds een prachtig instrument waarop ik graag gespeeld heb, en ik denk dat Ma’GO! de piano goed kan gebruiken. Overal in Europa wordt tegenwoordig op muziek bezuinigd en dat vind ik oprecht spijtig. Kinderen zouden standaard een muzikale opvoeding moeten kunnen krijgen, én de kans om een instrument te leren bespelen.”
Muziek vliegt in je hart
“Als je als kind geen piano hebt gespeeld, dan is de kans klein dat je het later nog goed onder de knie krijgt,” zegt Johan resoluut. “Het moet vanuit je vingers komen als je nog jong bent. Maar muziek is zó’n meerwaarde in je leven. Muziek vliegt als het ware je hart in. Door muziek leer je goed te luisteren en je gevoelens een plek te geven.”
Johans eigen liefde voor muziek ontstond al op jonge leeftijd: “Op mijn negende kreeg ik een piano cadeau, en vanaf dat moment deed ik niets anders meer. Het slorpte me helemaal op en ik speelde piano van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Mijn lievelingscomponisten waren en zijn nog steeds Chopin, Saint-Saëns, Rachmaninov, Debussy en Satie, naast nog een hele hoop anderen. Zij maken voor mij echt muziek die over het alledaagse heen getild wordt.”
“Op mijn negende kreeg ik een piano cadeau, en vanaf dat moment deed ik niets anders meer.”
Voor Johan bleef het niet bij woorden. Er wordt een fonds opgericht voor Ma’GO! waarmee hij onder meer wil dat de muziekacademie in goede muziekleraren voorziet én hij zou ook graag een concours mogelijk willen maken — een echte wedstrijd, naar het voorbeeld van de Koningin Elisabethwedstrijd. “Ik geloof dat jonge mensen gebaat zijn bij zo’n podium. Als ze een prijs winnen, krijgen ze niet alleen erkenning, maar ook aandacht en kansen.”
Er is zoveel schoonheid, je moet haar durven doorgeven.
Johan verzamelde zelf vijftig jaar lang kunst: “Eerst de 19e eeuwse kunst – met zijn brave bloempotten en Bijbelse taferelen.” Maar dan verkocht hij alles en richtte met de opbrengst een fonds op van waaruit hij kon herinvesteren. Die kunst verkocht hij op zijn beurt opnieuw om dan vooral werken van nieuwe, jonge kunstenaars te kopen en hen zo te ondersteunen: “Mijn vrouw en ik vonden het altijd heerlijk om kunstbeurzen af te schuimen. Aan het einde van de dag vroegen we elkaar wat we de mooiste werken vonden, en dat kwam verbazingwekkend goed overeen. We sliepen er dan een nachtje over, en dan beslisten we om tot een aankoop over te gaan of niet. Ik heb gemerkt dat een werk echt naar je toekomt. Zo’n kunstwerk ontwikkelt zich in jouw richting. Het groeit als het ware IN je. Ik laat me bovenal leiden door mijn gevoel als ik kunst koop.”
Johan schonk niet alleen geld en een vleugelpiano, maar ook een groot werk van Alexander Ross aan Ma’GO! — een levendig, groen, gelaagd schilderij dat doet denken aan fris bladgroen onder de microscoop. “Kunst en muziek zijn allebei vormen van schoonheid. Ik wil die passie en die schoonheid heel graag doorgeven aan volgende generaties. Niet uit narcisme,” zegt hij met een glimlach, “hoewel… een heel klein beetje misschien. Maar vooral: omdat ik wil dat zoveel mogelijk mensen ervan kunnen genieten.”
Advocaat tussen akkoorden
“Muziek leert je luisteren, nuanceren.”
Toch koos Johan zelf niet voor een carrière in de muziek, maar in de advocatuur, en niet de minste: hij kwam terecht in de wereld van de fusies en de overnames. “Ik kon mooi pianospelen, maar ik blonk net niet genoeg uit,” zegt hij. “In mijn job als advocaat heb ik wel veel gehad aan mijn muzikale achtergrond. Muziek leert je luisteren, nuanceren. In fusie-onderhandelingen moet je bijzonder goed kunnen luisteren én de juiste toon kunnen vinden. Je gebruikt dezelfde toetsen, maar het verschil tussen een lelijk en een mooi akkoord? Dat is de finesse. Dat is meesterschap.”
Antwerpen, thuis aan de Schelde
Hoewel geboren in West-Zeeuws-Vlaanderen, voelde Johan zich altijd wat Belgisch. “Als jonge kerel ging ik al naar Knokke om te feesten,” lacht hij. “Mijn hoofdzetel op het werk was in Rotterdam, een van de grootste havensteden ter wereld, dus de havenwereld kende ik goed. Toen ik in Antwerpen kwam wonen, voelde ik me er dan ook meteen als een vis in het water.”
Hij bewoonde met zijn vrouw jarenlang een kasteeltje in Ekeren, tot het onderhoud te zwaar werd. “Maar de stad Antwerpen is echt bijzonder. De Elisabethzaal… die akoestiek! Daar heb ik zó veel mooie momenten beleefd. Zoals bij het laatste Elisabethconcours, waar een Nederlandse pianist – Nikola Meeuwsen – won. Die man beheerste werkelijk alles, dat heeft me heel erg getroffen. Zijn prestatie steeg echt boven het gewone uit, een beetje te vergelijken met de Guernica van Picasso of de Matthäus-Passion van Bach.”
Panta Rhei. Alles beweegt.
Voor Ma’GO! heeft Johan een duidelijke boodschap. “Blijf zoeken. Blijf nieuwe ontwikkelingen aansturen. Alles stroomt – panta rhei. Als kunst stilvalt, is het geen kunst meer.”
Hij is bijzonder gecharmeerd door projecten als Zing Zang Zong, die kinderen uit kansarme milieus toegang geven tot muziek. “Zulke initiatieven zijn zeldzaam. Ze verdienen ondersteuning. Kunst is niet elitair, het is een basisbehoefte. Wie leert luisteren, leert leven.”
Wat hij hoopt dat men later over hem zegt? “Dat ik altijd op zoek ben geweest naar het Hogere, en mijn plaats heb gevonden in de wereld van de kunst. Niet om het schone te bezitten, maar om geraakt te worden.”
Op 8 augustus verliet Johan De Bliek het leven, op zijn manier — bewust, waardig, klaar. De datum is geen toeval. “8 is het symbool van de eeuwigheid,” zei hij daarover zacht. “8/8 nog ietsje ‘eeuwiger’. Ik ben er klaar voor. Alles is gezegd, gedaan, afgerond. Het is mooi geweest.”